1 / 15

Marc Ruyters - Het grote ongemakgevoel

Yves Velter (°1967, Oostende) is in kennerskring bekend geworden met zijn beelden en schildrijen van menselijke figuren, bij wie het gezicht ‘anoniem’ werd gemaakt door er tekst overheen te plakken, of stukjes gaatjeskarton, of een spiegel… Enkele jaren terug schreef ik over zijn werk: “Yves Velter laat weinig aan het toeval over. Wat hij onderzoekt, onderzoekt hij grondig. En terwijl hij in het begin van zijn oeuvre vooral het ‘fysische’ zocht, evolueerde dat al snel naar het afpellen van de psyché van dat bizarre wezen mens, dat slechts één procent in genetisch materiaal verschilt van pakweg chimpansee, maar in dat piepkleine ‘meer’ (of is het ‘minder’?) een wereld van verschil maakt in het vermogen tot abstraheren, proactief denken, psychologiseren, dementeren en nog vele andere dingen die het menselijke ras zowel sieren als teisteren.”

Velter heeft nu een grote tentoonstelling (in het CCHa), en die maakt scherp duidelijk dat zijn zoeken nog grondiger en enigmatischer is geworden, met ongemeen sterke beelden als resultaat.

‘Beïnvloeiingen’, zo heet de tentoonstelling. Waar komt die bizarre titel vandaan? Yves Velter: “Beïnvloeiingen zijn mijmeringen die sporen nalaten, het gaat over onderwerpen die geen oplossingen in zich hebben. Ze verwijzen naar de mentale omgeving en de focus waarin de beelden die ik maak zich afspelen. Het zijn bedenkingen die leiden naar nieuwe bedenkingen. Dat onontgonnen gebied is een boeiende plek waar veel nieuwe veronderstellingen of beelden uit voorkomen. Een beïnvloeiing ontsnapt aan de definitie een idee te zijn, omdat het van betekenis en identiteit kan veranderen, zoals een kunstwerk dat op verschillende wijzen geïnterpreteerd kan worden.”

 

Lichtbundels

 

Velter laat me in zijn nieuwe atelier (een voormalige prostitutietent, die de naam Studio Alcazar droeg, zo heet het atelier nu ook) aan de Oostendse Romestraat bij wijze van illustratie het grote doek ‘House of Doubt’ zien. Het toont het grondplan van een huis, een museum of wat dan ook: een plek waar de mens graag wil zijn. Rond dat grondplan schijnen zeven menselijke figuren met een zaklamp naar binnen, om te zien wat er in dat ‘huis’ gebeurt. Sommigen schijnen in het ijle, bij enkele anderen kruisen de lichtbundels elkaar en komt er een symbolisch beeld tevoorschijn. Ze reveleren een stukje tekst, bekend bij wie eerder al werk zag van Yves Velter: het zijn stukjes tekst vroeger geschreven door een tante van hem, die een ernstige vorm van autisme had en voor zichzelf een universum creëerde dat enkel zij zelf begreep. De tekstfragmenten komen vaak terug in Velters werk, meestal op de gezichten van de mensfiguren die hij tekent en schildert. Het zijn onleesbare, onbegrijpelijke teksten voor iedereen, behalve voor haar zelf, want ze vormde er haar eigen taal mee. Dat doet Yves Velter ook: hij creëert zijn eigen beeldcodes.

Velter: “Waar de lichtbundels elkaar kruisen lijken de mensen op een terrein te komen waar ze met elkaar communiceren. Maar als ze dat echt willen doen moeten ze elkaars codes leren kennen. Soms lukt dat, soms niet, de codes op elkaar afstemmen is niet vanzelfsprekend. Zelfs als je communiceert met je beste vriend moet elk zijn codes aanpassen. Komt er een derde in het spel – zoals in dit werk – dan moeten de codes opnieuw op elkaar afgestemd worden, of het gesprek stokt.”

Dat uit zich op een andere manier in ander werk, waarin het gaatjeskarton opduikt, dat hij geregeld gebruikt, om de gezichten van zijn mensfiguren te markeren. Velter: “Ik deed ooit een oude kast weg, de achterkant was in zo’n hardboard gaatjeskarton. En ik besefte: die kast was jarenlang een stille getuige van al mijn grote en kleine belevenissen, mijn ontmoetingen en ervaringen in dat huis, in die kamer. Een getuige die ik dus niet ken. Ik geef beeld aan die fenomenen van stille getuigen, die iedereen eigenlijk kent én niet kent: er wordt immers ook over je gesproken als je er niet bij bent.”

 

Fluïde

 

En dat vertaalt zich ook in nog ander werk. Een portret van een vrouw op de rugzijde bijvoorbeeld (‘The Driftster), waarbij het haar de functie van het gezicht vervangt. Een met led verlichte schoenzool trekt de aandacht. En de andere werken, met gezichten met tekst, met gaatjeskarton, of gewoon een spiegel: variaties op hetzelfde thema. Yves Velter: “De rode draad vanaf het begin in mijn werk is dat ik er op aanstuur om dingen die mij fascineren niet zomaar op te lossen. Van kleins af aan werd ik geboeid door wat ik niet begreep, nu geef ik er beeld aan. Het blijft fluïde, het verandert van beleving, tijdens het groeiproces van dagelijkse ervaringen. Het blijft allemaal ongrijpbaar, ik zoek oplossingen, maar geen enkele is sluitend. Dat proces houdt me continu bezig. En ik ervaar dat als positief.”

Anders gezegd: het oeuvre van Velter gaat over vragen die antwoorden weigeren, over angsten die verlangens maskeren, over praten zonder te communiceren, over de zeggingskracht van het onleesbare. Daarbij duikt een kenmerk op dat zijn hele werk typeert: het ongemakgevoel.

Dat zie je ook in een aantal werken van zijn hand die zijn gepubliceerd in Le Monde Diplomatique, vorig jaar in maart in de Franse editie, nadien ook in twee Servische edities. Het gaat om het ongemakkelijke werk ‘Gaze of Hesitation’, een groot schilderij uit 2013, waarop twaalf mensen – elk met een gezicht in gaatjeskarton – rond een grote tafel zitten en al dan niet met elkaar lijken te converseren (wellicht meer niet dan wel). Een visie op de moeizame wereldpolitiek, gezeten aan een grote onderhandelingstafel? Velter: “Ik heb het inderdaad over de psychologische en beschouwelijke aspecten van de mens, waarbij communicatie een belangrijk aspect is. En als problematiek: het kan ook het onvermogen tot communicatie zijn. Het lezen van mijn beelden leidt niet tot een definitie, maar tot een interpretatie. Een interpretatie die richting geeft, maar anderzijds telkens een andere nuance creëert, afhankelijk van door wie, waarom, in welke context en hoe er gekeken wordt.”

 

Marc Ruyters – 26.01.2017 – (H)Art