7 / 15

René de Bok - Reis naar de binnenkant

Yves Velter is schilder en schepper van ruimtelijke objecten in Oostende. Voor hem ligt de Atlantische Oceaan, achter hem het Euraziatische achterland. Zijn wereld is bezaaid met ontoegankelijke wezens en objecten. Door de uiterlijke vorm heen zoekt hij naar de binnenkant. De autodidact past niet in een kunstzinnige stroming, hij stroomt zelf. Tien jaar geleden in Oostende begon Yves Velter (geboren in 1967) met zijn experimenten in kleur,vorm en materie. Rondom zich de schaduwen uit het verleden: Ensor, Spilliaert en anderen. Vandaag is het klimaat voor actuele kunst in Oostende guur. Maar Yves Velter stoot er zich niet aan. Hij ging in zijn eerste werk uit van wetenschappelijke tekeningen waarin hij andere betekenissen zocht. En vond. Het was een kennismaking met nieuwe verhoudingen. Die vormen werden geleidelijk organisch en resulteerden in beenderachtige beelden van gegoten staal, gepolijst en opgepoetst als een spiegel. De uiterlijke vormen bevredigden Yves Velter niet, zijn fascinatie voor het inwendige liet hem niet los.

 

“Van kinds af ven ik nieuwsgierig geweest. Hoe ga ik om met het onbekende? Hoe onbekend is het bekende? Door het karakter van die vragen is een concreet antwoord buiten bereik, de bedenking blijft sluimeren en brengt een resem van emoties met zich mee: verlangen, melancholie, angst, hartstocht. Langzamerhand krijgen die een plaats in mijn persoonlijkheid, daardoor is er die fascinatie voor het thema Fremdkörper. De onoplosbare vraag, de vreemde ontoegankelijke persoon, de mensen in de straat die je kennen. En niet kennen. Je kijkt naar ze en ze stralen iets ontoegankelijks uit. Ik wilde de binnenkant leren kennen. Als jongen haalde ik graag dingen uit elkaar om te kijken wat erin zat, niet eens om te zien hoe iets werkte, maar om te weten wat er was. Toen de televisie de belangrijkste informatiebron werd, wilde ik zien wat er in zo’n kast zat. Dat is een wensdroom van veel kinderen. En die volgde ik. Vanaf mijn negentiende groeide de behoefte om wat er in mijn jeugd aangeleerd en opgelegd was ethisch en religieus te herdefiniëren, het isolement nam zijn plaats in en het zelfonderzoek kon beginnen." 

 

Het gaat Yves Velter niet om de kennis, maar om de innerlijke rust die uit het weten voortvloeit. Als ik hem op zeker moment vraag: wat bezielt je nou eigenlijk? En dat in de meest letterlijke betekenis, dan is die innerlijke rust het doel waarnaar hij uitziet. In het besef dat de onrust waarschijnlijk altijd de overhand zal hebben.

 

“Zoals je naar een dokter gaat. Niet om te weten, maar om gerustgesteld te worden. In het weten kun je lang niet altijd rust vinden, je kunt enkel tot een bepaalde gradatie van kennis weten. Daarom vind ik makkelijker rust in het niet-weten, zonder te vervallen tot gemakzucht. Ik onderzoek de dingen tot de grens van mijn kennis, dat is een beperking. Het bedrijven kunst is een vorm van mentaal en fysiek engagement, het zich concentreren op zijn werk geeft de kunstenaar een middel om de wereld te ondergaan, meer middel dan doel. Misschien is mijn manier wel een synthese van oost en west, de actieve zoektocht naar de binnenkant, getemperd door de berusting van de beperking. In het verre verleden was alles nieuw. Maar naarmate we op de schouders van onze voorgangers gingen staan en het terrein breder en verder leek dan ooit, beseften we de oneindigheid van het weten. En het niet-weten.”

 

In 1995 mondt Velters tot kunst geconcentreerde nieuwsgierigheid uit in een tentoonstelling in Montreux, naar aanleiding van zijn ontmoeting met de beeldend kunstenares Eva Olgiati, die ook de thematiek van de ontoegankelijkheid en communicatie onderzoekt. Yves Velter verbindt beeldende kunst met de beeldende aspecten van de taal. Voor hem heeft de term Fremdkörper een poëtische lading. Als je een begrip scherp kunt definiëren, verliest het zijn magie en verdrinkt het in de functionaliteit. Fremdkörper heeft die lading nog altijd. De volgende stap is het afstand nemen van vertrouwde concepten. Als je bepaalde ideeën vaak herhaalt, dan verliest de ziel van het concept zijn potentie en dringt de decoratieve dimensie zich op. In de herhaling raak je steeds verder weg van de oorsprong. “Dus probeer ik te vertrouwde paden te verlaten en stap nieuwe op, met alle risico’s die daaraan zijn verbonden.”

 

Zijn eerste grote expositie kreeg in 1997 een plaats in het museum voor Schone Kunsten in Oostende. Serendipity was de titel; de oorsprong van een interessant idee – verklaard door het toeval – was de rode draad. Waar de kennis stopt, heeft het toeval een grote invloed op je leven. Die bedenking gaat gepaard met een overschrijding van het begrip vertrouwen. Vertrouwen krijgen in iets waar geen bewezen basis voor is, het toeval. In zijn eerste werken is het toeval een studieobject, hij berekent zelfs een toevalscoëfficiënt die je kunt verkrijgen door lijnen te verbinden met aanhechtingspunten op een figuur. “Elke persoon die deze oefening probeert, zal een eigen toevalscoëfficiënt vinden. Hoewel die bedenking geen banden heeft met de wetenschap, is er toch een bedoeling: het zich losmaken van voorkenis en zo het vrije denken stimuleren.”

Op dit ogenblik exposeert Yves Velter in Gent en Aalst. Zijn werken in de Gele Zaal in Gent omvatten verschillende vrije vormen. Zoals een vorm in een doos met een fluwelen ondergrond. “Het idee ontstond toen ik een pistoolkoffer zag met fluwelen binnenkant. De suggestie van kunst geïntegreerd in niet-kunst creëert een zekere spanning die nieuwe betekenissen oproept.” Mag je er ook aan komen? “Liefst wel. Als dat bijdraagt tot de beleving van de idee, van het onderwerp, moet je dat doen.”

 

Opmerkelijk is ook een gietstalen buik met een klep. Als je die opent, kijk je op een gepolierd vlak naar je zelfbeeld. “Ik streef niet naar een schokeffect. Wat er gebeurt bij het zien van mijn eigen werk, blijft bij mezelf. Wat anderen ervaren, boeit me wel. Het is interessant dat een idee een discussie losmaakt, maar dat is geen doel op zich.” In een ander werk wordt gebruik gemaakt van nooit verzonden post van een autistische tante, die vele jaren onbegrijpeleijke brieven richtte aan niet-bestaande lezers, teksten die voor ons ondoordringbaar zijn. Op het niveau waar het ontoegankelijke het thema is, het Fremdkörper. In Aalst hangen werken die onderling – op het eerste gezicht – weinig verband vertonen, een hart met een hangend klepje, een zelfportret, een uitsnede uit de achterkant van een kast. Brieven van de autistische tante, een dubbelbeeld, profiel van zijn gezicht, uitgesneden in mysterieuze brieven. Een vrije vorm in aluminium. “In de objecten die ik maak, put ik vaak uit jeugdherinneringen, die zitten het diepst geworteld, het zijn ook gegevens die me helpen ontdekken wie ik ben, wat ik wil en hoe ik met mezelf omga.”

 

Yves Velter, zichtbaar en onzichtbaar, een helder mysterie, tastbaar en ontwijkend, een leven in vormen die zich aan tijd en ruimte onttrekken.

 

De Standaard Magazine, René de Bok, 21 mei 1999.