2 / 15

Willem Elias - Zoeken naar de kern

Serendipity was ooit de naam voor een tentoonstelling van Yves Velter en dat blijft eigenlijk een goede sleutel tot zijn werk. Het woord betekent volgens het woordenboek: “de eigenschap hebben om niet gezochte vondsten te doen”. Yves preciseert enigszins de betekenis door het toevalelement bij deze eigenschap te beklemtonen.

Inderdaad betekent het woord voor hem “de eigenschap om door toeval één of “de” oplossing te vinden”. Dit is dan ook een belangrijk aspect van het deconstructivisme van Velter. Inderdaad is het een mode-term geworden, maar toch moet me de démarche van Velter in die hoek, die geen hoek is, situeren. Het destructivisme is geen destructie, het vernietigt niets. Het toont enkel dat iets geconstrueerd is, dat eigenlijk elke culturele entiteit een constructie is. Dit terwijl het begrip “entiteit” precies in tegenspraak is met geconstrueerde te zijn. Elk cultuurproduct te doen vergeten dat het gemaakt is en dat het dus niet hetzelfde bestaansrecht heeft als de natuurlijke verschijnselen. Elk cultuurproduct wil er als een goddelijke verschijning uitzien: het beste, het volmaaktste, het door een genie geconcipieerde. En dus zeker niet door het toeval, de tuché ontstaan, maar door de noodzakelijkheid, de ananké. Velter daarentegen en met hem zeer vele actuele kunstenaars toont wel dit toeval en laat aldus een illusie in elkaar vallen.

Doorheen dat toevals-aspect zet hij zich ook af tegen het technisch tekenen als de vormgeving van wiskundige zekerheden, een beroep die hij beheerst. Dit is nieuw in zijn werk, want voordien speelde hij precies in op zijn ervaring met het technisch tekenen, door dat soort tekeningen in een romantisch coloriet te plaatsen, een omgeving waarin het zeker niet past. Van deze verwijzing naar en verplaatsing van het technische heeft hij nu afgezien. Hij werkt met zelfgemaakte niet-lineaire figuren.

De oorsprong van zijn vormen is het kneden van klei dat in staat gegoten wordt. Eigenhandig kneden is zowat als menselijke ingreep het omgekeerde van het technisch tekenen. Het verwijst ook naar het scheppingsverhaal. Men zou van God verwachten dat hij de wereld en de mens geschapen heeft zoals een technisch tekenaar. Niets is minder waar, hij heeft de mens gemaakt, gekneed uit een klomp klei.

Eens in staal zijn die vormen van Velter niet meer broos maar onbreekbaar. Hier komt een jongensdroom en –trauma naar boven. Wie heeft nooit eens uit nieuwsgierigheid iets opengemaakt om tot de wetenschap te komen wat er binnenin zit? Maar nadat alle stro uit de buik van de Teddy Beer gepulkt is, was er geen Teddy Beer meer.

 

Het behoort tot onze oude Westerse metafysica om te denken dat de essentie van de dingen de kern er van uitmaakt en de waarheid in het midden te vinden is. Deze metafysica kan nochtans onmiddellijk doorprikt worden. Het volstaat een ui te pelllen om te zien dat er geen kern is, en dat aan het einde van dit onderzoek er ook geen ui meer is.

Velter doet dat met plompe stalen vormen, die hij opent, maar ook weer sluitbaar maakt via scharnieren. In het voorbeeld van de ui zou ik ook graag de ui gereconstrueerd zien via een elastiekje.

 

Het zien van afwezigheid van essentie, van de afwezigheid van zijn is moeilijk overdraagbaar. Dat potje houden we best gesloten.

Met zijn installaties en ook met kleuren wil Velter bepaalde emoties losmaken. Hij beseft dat de emoties die de oorzaak zijn van het creatieproces niet dezelfde zijn als de emoties die erbij het publiek mee opgewekt worden. Maar dat is precies het boeiende. Zo klaar als pompwater zou men zeggen. Niet is minder waar. De traditionele esthetica die beweert dat het gevoel en niet het verstand het belangrijkste is bij de kunstbeleving, gaat nog steeds uit van de identiteit van gevoelens tussen zender en ontvanger.

 

De tentoonstelling noemt “Rust” en inderdaad noopt de stoel tot een dergelijke gedachte. Het staal is gepolierd en daardoor lijkt het loodzwaar, want de materialiteit heeft ook zijn woord. Een dergelijke existentiële zwaarte zoekt naar rust. De geheimzinnigheid van het geslotene maakt onrustig. Vandaar dat Velter rust brengt door ze via scharnieren open te maken. Maar hier zit de dubbelzinnigheid. Het zien van het niets binnenin geeft wetenschappelijke rust, maar geen existentiële. Voor de zoveelste keer weten we immers dat we niets weten.

De enige rust is de dood. De auto-euthanasie is de enige redding. Velter weet dat. Om de mensheid tot rust te laten komen heeft hij dan ook een zelfmoordmachine ontworpen.

Aan het publiek om nu te controleren of deze heilzame machine functioneert.